VLAAMS BELANG

17 februari 2011
Wereldrecord regeringsvorming reden om balans op te maken en conclusies te trekken

Vandaag breekt België het wereldrecord van een land dat na verkiezingen nog steeds op zoek is naar een volwaardige regering. We doen zowaar beter dan Irak.

Voor het Vlaams Belang mag dit evenement nu wel eens aangegrepen worden om een balans op te maken en conclusies te trekken.

Meer dan zeven maanden zijn onderhandelingen bezig om tot een communautair akkoord te komen, dan nog maar als opstapje voor een volwaardig regeerakkoord. Ongeveer alle partijen zijn daarbij in het spektakel betrokken. De huidige informatieopdracht van Didier Reynders is nu de laatste poging. Indien ook deze poging mislukt, is het vat af. Dan gaan we wellicht naar verkiezingen die niemand wil.

Beschamend is dit wereldrecord regeringsvorming voor het Vlaams Belang niet. Het wereldrecord is wel allesbetekenend. Het is gewoon de bevestiging dat men in dit land geen federale regering meer kan vormen die de weerspiegeling is van de verkiezingsuitslag, in het noorden en het zuiden van het land.

In plaats van amechtig verder te speuren naar een akkoord dat opnieuw de kiemen in zich zal dragen van een volgend conflict, zou men beter de juiste conclusies trekken, en zich spiegelen aan het Tsjechoslowaakse voorbeeld. Daar kwam men na de federale verkiezingen van 1992 tot de conclusie dat de verkiezingsuitslag geen vorming van een democratische regering meer toeliet. Na zeven maanden was de boedelscheiding een feit, en zijn Tsjechië en Slowakije sindsdien de beste buren.

Dat is voor het Vlaams Belang de betekenis van het wereldrecord: België heeft zijn tijd gehad, het is tijd voor de ultieme oplossing, voor de ordelijke opdeling.

Bruno Valkeniers, Voorzitter
Joris Van Hauthem, woordvoerder

27 januari 2011
Auditeur Raad van State adviseert verwerping klacht inzake partijfinanciering

De auditeur van de Raad van State adviseert in zijn verslag aan de Algemene Vergadering van de Raad van State de klacht die tegen het Vlaams Belang werd ingediend wegens schending van het EVRM en die zou moeten leiden tot het intrekken van de dotaties voor onze partij, te verwerpen.

De klacht werd ingediend op 17 mei 2006 door vertegenwoordigers van alle Franstalige partijen en vertegenwoordigers van S.pa en Groen!, alle leden van de Controlecommissie inzake partijfinanciering.

Directe aanleiding voor de klacht was de veiligheidsmeeting die het Vlaams Belang in Antwerpen hield op 11 april 2006. Dat was voor de indieners van de klacht meteen de kapstok om de Raad van State te overstelpen met pamfletten, brochures, teksten, lokale balden, congresteksten... over een periode van ongeveer twintig jaar, elementen die zouden moeten aantonen dat het Vlaams Belang vijandig staat tegenover het EVRM. Nochtans staat in de uitvoeringsbesluiten dat de aanvraag verjaart “zestig dagen nadat de verzoekers eknnis hebben gehad van het laatste feit”.

De conclusie van de auditeur is dat alle stukken die ouder zijn dan zestig dagen voor het indienen van de klacht, niet in aanmerking mogen gebracht worden. Blijven dus als stukken nog over : de toespraken van Gerolf Annemans en Filip Dewinter op de veiligheidsmeeting van 11 april 2006, en een “racistisch elektronisch bericht”. Daarover concludeert de auditeur dat zij geen afdoende bewijs leveren dat het Vlaams Belang doet blijken van een vijandigheid ten aanzien van het EVRM.

Uiteraard is dit geen definitieve uitspraak. Wel volgt de auditeur hierbij de argumenten van het Vlaams Belang. Dat is alvast een opsteker.

Jurgen Ceder, Senator
Joris Van Hauthem, Woordvoerder

02 december 2010
Aan dhr. Luc De Bruyckere voorzitter Voka

Geachte Voorzitter,

Het is u zeker ook opgevallen. Uw toespraak van gisteren werd op een merkwaardige manier “vertaald” door de pers in het zuiden van het land.

De teneur van uw toespraak na die “vertaling” was vrij eenvoudig. De Vlaamse werkgevers willen nu eindelijk dringend een regering en tikken hun “eigen” N-VA (sic) op de vingers. De Vlaamse onderhandelaars moeten “hun verantwoordelijkheid” nemen. Het moet vooruitgaan en er moet nu niet meer getalmd worden. Tussen de lijnen lezend, leek het alsof u slechts de Vlaamse partijen had opgeroepen om zich gewillig te scharen achter hetgeen op tafel ligt. Men kan geredelijk aannemen dat daar dan de zogenaamde “Zesde Staatshervorming” van preformateur Elio Di Rupo mee bedoeld wordt in plaats van het compromisdocument van Bart De Wever, laat staan uw en VOKA’s droom van een nieuw confederalistisch België waar alle transfers “transparant” zijn en de taalgrens onbetwist.

Het lot dat uw toespraak werd beschoren nadat die door de vertaalmolen van Le Soir en co was gedraaid, illustreert perfect het probleem van dit ogenblik: men verstaat elkaar niet meer. Of erger nog: men wil Vlaanderen helemaal niet meer verstaan.

Het is mijn overtuiging dat er geen vooruitgang van betekenis meer zal zijn, zeker niet tot aan het punt dat u als project naar voren schoof: namelijk een akkoord dat waardig en aanvaardbaar zou kunnen zijn voor Vlamingen die een evenwichtige en moderne autonomie voorstaan binnen België.

Het is eveneens mijn overtuiging dat het politiek handelen en de tactiek van de Franstaligen, sinds de Vlaamse resoluties, in functie staat van een splitsing van het land zelf. Het is kortom mijn overtuiging dat er geen tijd meer mag verloren worden. Niet alleen “uw” N-VA, maar ook VOKA zelf zouden zo vlug mogelijk moeten gaan investeren in een veel duidelijker en binnenkort veel wervender - om niet te zeggen noodzakelijker - project, namelijk dat van de Ordelijke Opdeling van België.

Met vriendelijke groeten,

Bruno Valkeniers, Voorzitter Vlaams Belang
24 november 2010
Ontslag Debie

Het Vlaams Belang heeft vandaag beslist om Bart Debie te ontslaan als personeelslid en partijlid.

Zoals eerder gemeld, werden de uitlatingen op Facebook gisteravond en deze ochtend onderzocht door het voorzitterschap. Van meet af aan werd echter duidelijk gesteld dat onder geen beding kan worden gespot met het menselijk lijden van wie dan ook. Dit is onze partij onwaardig en moreel absoluut onaanvaardbaar.

Omdat het Vlaams Belang op geen enkel moment enige dubbelzinnigheid wil en kan tolereren, en wegens het ontbreken van elk draagvlak in de partij, heeft het Vlaams Belang dan ook beslist om de samenwerking met Bart Debie met onmiddellijke ingang stop te zetten.

Bruno Valkeniers, Voorzitter Vlaams Belang
Joris Van Hauthem, Woordvoerder

20 oktober 2010
Open brief aan Bart De Wever

"Genoeg energie verloren, tijd voor een Vlaamse republiek"

‘Koninklijk verduidelijker’ Bart De Wever werkt dit weekeinde aan een compromisvoorstel waarop de zeven partijen maandag een antwoord moeten geven. In een open brief aan De Wever roept Bruno Valkeniers op om geen tijd en energie meer te verspillen aan een zoveelste compromis à la belge. “Het woord ‘compromis’ is onderhand in brede Vlaamse kringen een scheldwoord geworden,” aldus Valkeniers.

Volgens de Vlaams Belang-voorzitter is de tijd rijp om het bord écht schoon te vegen en de stekker uit België te trekken. Bruno Valkeniers reikt de hand om te werken aan een Vlaams en republikeins project: “Nieuwe onderhandelingen of zelfs nieuwe federale verkiezingen zullen de impasse niet doorbreken. Ga voor een nieuw, jong, zelfstandig Vlaanderen, niet voor een opgelapt Belgisch wrak met een vervalste teller.”

Als bijlage vindt u hier (doc bestand) de volledige open brief.

Joris Van Hauthem, Woordvoerder
07 september 2010
Hoezo geen toegevingen ?

Opnieuw rookgordijn in de maak

  1. Inleiding

    De sfeer van de onderhandelingen van de afgelopen dagen en weken die bestaat uit verwarring rond agenda's, uitspraken die nadien weer worden ingetrokken of omgebogen, woordbreuk en al dan niet georkestreerde misverstanden, partijpolitieke spelletjes, karakterconflicten, strategische zetten en opportunisme leiden ertoe dat meer dan één rookgordijn wordt opgetrokken. Daardoor wordt een absoluut tekort aan Vlaamse daadkracht en doortastendheid gecamoufleerd. Met deze nota wil het Vlaams Belang aantonen dat de geringheid van bevoegdheidsoverdrachten in de huidige plannen op zichzelf een kapitale Vlaamse toegeving is. Ook het financiële luik (wat momenteel bekend is) is voor het Vlaams Belang op geen enkele manier als "fiscale autonomie" te omschrijven.

  2. Preformatie: veel te weinig en niet ver genoeg

    Het Vlaams Belang is van oordeel dat - in de huidige stand van zaken begin september - de voorstellen die inzake staatshervorming op tafel liggen in geen geval de toets met de resoluties van het Vlaams Parlement kunnen doorstaan en zoals vermeld in de bijlagen van het regeerprogramma van de Vlaamse regering (coalitie CD&V - N-VA en Sp.a). Daarin werden immers de overdracht van homogene bevoegdheidspakketten geëist alsook een maximale versterking van fiscale en financiële autonomie. Het akkoord van 24 augustus is louter een mondeling akkoord over een aantal principes zonder enig uitgewerkt voorstel op papier. Een groter rookgordijn kan men zich niet voorstellen.

    Naar verluidt zou er een overheveling van middelen en bevoegdheden op tafel liggen, maar tegelijkertijd worden de mogelijkheden om die eventuele bevoegdheden naar eigen inzicht en vermogen uit te oefenen zodanig beperkt, dat ze geen enkele inhoud meer hebben. Zo mag Vlaanderen een doelgroepenbeleid voeren, maar de werkloosheidsuitkeringen blijven federaal en de RVA wordt niet gesplitst. Arbeidsrecht blijft federaal net als het loonbeleid. Hetzelfde kan trouwens gezegd worden over het arbeidsmarktbeleid. Inzake gezondheidszorg staart men zich blind op de middelen die overgeheveld zouden worden, terwijl de eigenlijke beleidsinstrumenten om een eigen gezondheidsbeleid te voeren, alweer drastisch worden ingeperkt. Vlaanderen mag de kwaliteitsnormen in de ziekenhuizen bepalen, maar het remgeld blijft voor alle burgers in het noorden en zuiden gelijk. Er zou een overheveling komen van de bevoegdheid inzake ligdagprijzen, maar niet inzake artsenhonoraria in de ziekenhuizen. Nochtans is dit een essentieel onderdeel van de ziekenhuisfinanciering. Bovendien blijft het RIZIV een federaal bolwerk. De kinderbijslagen zouden worden overgeheveld, maar het is nog lang niet duidelijk of ze terechtkomen bij de gemeenschappen of de gewesten. Responsabilisering wordt op deze wijze een luchtledig begrip.

    De Franstaligen willen bovendien enkel het nieuwe pakket bevoegdheden defederaliseren, aan de rest mag niet worden getornd. De Walen lijken zowat het enige volk ter wereld dat bang is van eigen verantwoordelijkheid en telkens weer meer bevoegdheden afwijst.

    De resoluties van het Vlaams Parlement eisten de volledige overheveling van de personenbelasting naar de deelstaten. De afwijkingsmarge die de deelstaten nu al hebben, zou enkel worden 'verbreed'. Momenteel bedraagt het maximumpercentage nog maar slechts 6,75%, zoals vastgelegd in het Lambermontakkoord van 2001. De toen reeds bestaande marge van 2,5% werd opgetrokken naar een marge van 3,25 % in plus en min vanaf 1 januari 2001 en van 6,75% vanaf 1 januari 2004. Vergeten we daarbij niet dat de gewesten inzake personenbelasting beknot worden door de meldingsplicht aan en het verplicht overleg met de federale overheid en de andere gewesten aangaande geplande maatregelen. Bovendien waakt het (federale) Rekenhof over de naleving van de maximumpercentages en het progressiviteitsbeginsel . Ook hieraan wordt niets gewijzigd. Men blijft dus ronddraaien in de logica van Paars en Verhofstadt om de federale pijlers en de solidariteitsmechanismen - die al in Lambermont werden herbevestigd - overeind te houden, en de marges voor de deelstaten te beperken tot wat kruimels. Verder dan wat cosmetica komt men dus werkelijk niet en wat voorligt is hooguit een variatie op wat Verhofstadt met zijn Lambermontakoord in elkaar knutselde, met overigens hetzelfde doel voor ogen: de federale staat niet ontmantelen en de door de Franstaligen gevreesde Copernicaanse evolutie blokkeren. De deelstatenlogica moet blijvend plaatsruimen voor de federale logica. Van echte fiscale en financiële autonomie - één van de kernpunten van de Vlaamse resoluties - is op dit ogenblik dus geenszins sprake. Responsabilisering zonder fiscale autonomie is een contradictio in terminis.

    Ondertussen worden door allerhande academici en professoren van beide kanten van de taalgrens diverse denkoefeningen aangereikt in het kader van de herziening van de financieringswet, die allemaal in dezelfde richting wijzen.

    " De noodzaak tot het financieren van de deelstaten met de personenbelasting. Ze kiezen voor een substantiële verlaging van de personenbelasting, waarna de gewesten daarop zelf opcentiemen kunnen heffen; " De huidige perverse effecten van de financieringswet moeten weggewerkt worden die er bijvoorbeeld voor zorgen dat overheden meer geld krijgen als er minder inwoners aan het werk zijn; " De solidariteitsmechanismen moeten herdacht worden omdat stilaan wijd en zijd erkend wordt wat het Vlaams Belang al jaren zegt, nl. dat de transfers de responsabilisering van de regio's hinderen. De preformateur hamert er telkens weer op dat een hervorming van de financieringswet er niet mag toe leiden dat Wallonië en Brussel zouden verarmen. Begrijpe wie kan, want jaarlijks stroomt bijna 13 miljard euro - of 2000 euro per Vlaming - naar Wallonië via de Belgische 'solidariteitsmechanismen', de transfers. Op die wijze wordt de Vlaamse welvaart binnen België structureel afgeroomd. Men kan zich de pertinente vraag stellen wie hier eigenlijk wie verarmt…

    Ook aan Vlaamse kant vertonen tal van pleitbezorgers ten gunste van de herziening van de financieringswet niettemin telkens weer staatsbehoudende reflexen die de instandhouding van België steeds weer opnieuw als uitgangspunt hebben. Van de aangekondigde Copernicaanse omwenteling waarbij het zwaartepunt voortaan bij de deelstaten zou komen te liggen, is absoluut geen sprake. De definitieve en onomkeerbare keuze wordt niet gemaakt. Of durft men uiteindelijk niet maken…

    Niettemin dient men zich te realiseren dat het niet wijzigen van de financieringswet onvermijdelijk leidt tot een federale belastingverhoging op vraag van PS en cdH en de druk op Vlaanderen om begrotingsoverschotten te creëren in functie van de globale Belgische overheidsfinanciën.

    Eén zaak is voor het Vlaams Belang nu al duidelijk: de staatshervorming dreigt uit te draaien op niet veel meer dan een overheveling van bevoegdheden zonder structurele hervormingen die helemaal niet tegemoet komen aan de verzuchtingen van de Vlaamse kiezer, noch de toets van de Vlaamse resoluties kunnen doorstaan.

    Komt daarbij nog dat de splitsing van de sociale zekerheid volledig buiten beeld blijft en niet gesplitst wordt, wat op zich reeds een grote toegeving van de Vlamingen is.

    En niet alleen dat: ook het eigen partij- en verkiezingsprogramma van N-VA ligt mijlenver van wat nu voorligt. In juni werd immers nog gesteld:

    " Alleen regeringsonderhandelingen beginnen als die tot doel hebben de Copernicaanse omwenteling te realiseren die het volle gewicht van het beleid bij de deelstaten legt.

    " Geen federale regering vormen vooraleer een diepgaande confederale staatshervorming is gerealiseerd

    " "Gedaan dus met lijstjes van bevoegdheden of instrumenten die slechts komma's en punten veranderen (de zogenaamde borrelnoten), maar de grond van de zaak feitelijk niet raken en zelfs opnieuw onduidelijkheid creëren op het niveau van beleidsuitvoering".

    Waar staat men vandaag met dit alles in het achterhoofd? Nergens.

  3. Het Bartholomeusakkoord

    Na de eis van de Vlamingen voor een nieuwe financieringswet zodat de deelstaten beloond kunnen worden voor een goed beleid en bestraft voor een slecht beleid, werden een twaalftal principes vastgelegd op basis waarvan men de gesprekken verder zou voeren. Wat als een doorbraak inzake de preformatiegesprekken over de financieringswet wordt voorgesteld, is niet meer dan een amalgaam van de verschillende standpunten en desiderata van de deelnemende partijen.

    Voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat het hier helemaal niet gaat over een klare visie over welke kant het met de financiële staatsstructuur uit moet, maar een volslagen onsamenhangende lijst van principes die zwaar met elkaar botsen. De 12 artikelen des geloofs vormden een coherent geheel, de 12 principes voor de herziening van de financieringswet het bewijs dat de tegenstellingen onoverbrugbaar zijn. Ze zijn enkel bedoeld om wat meer tijd te winnen. Bovendien verzekeren de Franstaligen zich ervan om de door de Vlamingen gewilde Copernicaanse omwenteling zo veel als mogelijk te dwarsbomen.

    " Fiscale autonomie van de deelstaten verhogen (Vlamingen);

    " Geen fiscale concurrentie tussen de deelstaten (Franstaligen);

    " Progressiviteit in de personenbelasting behouden (Franstaligen);

    " Deelstaten mogen niet structureel verarmen (Franstaligen);

    " Deelstaten belonen voor goed beleid en straffen voor slecht beleid (Vlamingen);

    " De federale overheid versterken (Franstaligen);

    " Solidariteit behouden zodat de sociale zekerheid kan blijven rekenen op voldoende middelen (Franstaligen);

    " Rekening houden met de specifieke situatie van het Brussels gewest (Franstaligen);

    " Bij de financiering van de gemeenschappen rekening houden met objectieve parameters zoals het leerlingenaantal (Franstaligen);

    " Solidariteit tussen de deelstaten behouden maar de perverse effecten van het huidige solidariteitsmechanisme in de financieringswet wegwerken (Vlamingen);

    " De financiële stabiliteit van België (federale overheid en sociale zekerheid enerzijds en gemeenschappen en gewesten anderzijds) verzekeren (Franstaligen);

    " Op basis van simulaties moet worden nagegaan wat de financiële effecten zijn van de wijzigingen die aan de wet worden aangebracht.

    Het laatste principe lijkt een billijk principe voor beide taalgroepen. Nochtans kan dit ook als een Franstalige eis worden gelezen wanneer de simulatie voor de Franstaligen verkeerd uitdraait, zodat moet worden teruggegrepen naar het vierde principe. De Franstaligen huiveren voor een nieuw Dehaene-scenario uit 1993 toen bleek dat de gewesten uiteindelijk minder geld kregen.

    Er worden geen keuzes gemaakt. Integendeel. De "12 principes" spreken elkaar flagrant tegen en zijn dan ook onuitvoerbaar. De verruiming van de fiscale autonomie staat nog lichtjaren ver van de gevraagde overheveling van de personenbelasting. Die "significante" fiscale autonomie wordt bovendien meteen plat gemept door het vermijden van "deloyale fiscale concurrentie", het "niemand mag armer worden"-principe en het eeuwige codewoord dat "solidariteit" heet. Met deze principes blijft dus alles bij het oude en komt er dus helemaal geen verandering! Daarnaast wil men de federale begroting leefbaar houden. Alweer een tegenzet tegen het principe van de fiscale autonomie. Het zogenaamde taboe dat bij de Franstaligen zou doorbroken zijn, staat in heel wat van de 12 principes nog pal overeind. Ook de positie van het Brussels gewest is langs geen kanten uitgeklaard.

    N-VA staat dan ook voor een duidelijke keuze: toegeven aan de Belgische sirenenzang of zijn verkiezingsbeloften gestand doen. In de bijlage worden deze laatste op een rijtje gezet…

  4. Brussel

    1. De noodzaak van een grondige herstructurering Dat de Brusselse openbare financiën er zowel gewestelijk als gemeentelijk niet goed bijstaan, is zonneklaar. Zonder gewestelijke hulp zouden in 2010 maar liefst zeventien van de negentien gemeentebegrotingen in het rood gaan. Dit jaar sluist het gewest dan ook 474 miljoen euro door naar de gemeenten. Dat is een zesde van de totale gewestbegroting voor 2010.

      De financiële toestand van de negentien Brusselse gemeenten gaat er elk jaar op achteruit omdat de Brusselse bevolking toeneemt én verarmt. Immigratie en stadsvlucht zijn in Brussel communicerende vaten. Immigranten - al dan niet legaal - zonder middelen, zonder degelijke opleiding of zonder de nodige taalkennis stromen toe in Brussel en leggen een enorme financiële last op het gewest en de gemeenten (in casu de OCMW's). De verpaupering en onveiligheid neemt toe en de meer kapitaalkrachtige Brusselaars ontvluchten Brussel om zich in Vlaams- of Waals-Brabant te vestigen.

      Een mogelijke herfinanciering voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan enkel overwogen worden wanneer dit wordt vooraf gegaan door een grondige herstructurering van Brussel. Door zich anders en beter te structureren kunnen heel wat uitgaven worden vermeden en kan anderzijds ook een efficiënter beleid worden gevoerd. Zolang dit niet gebeurt, is iedere extra financiering nutteloos.

      Deze herstructurering van het Gewest omvat voor Vlaams Belang volgende essentiële punten:

      " Afschaffing van de 19 gemeenten en OCMW's

      Door een vereenvoudiging en betere stroomlijning van het lokale beleid kan heel wat bespaard worden. Wanneer de negentien gemeenten bijvoorbeeld naar Antwerps model worden omgevormd tot districten, kan men in Brussel eindelijk tot een rationeler beleid komen. Ook het VBO pleitte onlangs nog (1 september 2010) voor een fusie van de Brusselse gemeenten. Het opheffen van de negentien gemeenten kan er alvast enkel maar toe bijdragen dat het Brussels gewestelijk niveau niet langer schaamteloos door PS en MR wordt misbruikt als doorgeefluik voor geld aan de lokale baronieën.

      " Schuldbeheer

      Een efficiënter beleid inzake schuldbeheer is onontbeerlijk. Vorig jaar reeds berekende Trends samen met Brussels begrotingsminister Vanraes dat het centraliseren van het Brussels schuldbeheer een jaarlijkse nettowinst van 4 miljoen euro oplevert.

      " De gedeeltelijke overheveling van gemeentelijke bevoegdheden naar de gemeenschappen

      In zijn communautaire nota van januari 2008 pleitte Guy Verhofstadt voor het herverdelen van bevoegdheden tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de gemeenten. Ook Waals minister-president Demotte pleitte onlangs voor het boudweg afschaffen van de gemeenschappen in Brussel. Vlaams Belang is het daar echter niet mee eens. Brussel moet als 'derde gewest' niet versterkt worden, doch de bevoegdheden van de twee gemeenschappen dienen in Brussel uitgebreid te worden. Heel wat inspanningen die de nu op gemeentelijk vlak worden geleverd op vlak van onderwijs, kinderopvang, sociale begeleiding, gezondheidszorg en dies meer, kunnen en moeten door de gemeenschappen worden overgenomen en worden gerationaliseerd.

      " Extra bevoegdheden mogen niet langer aan de gewesten worden toegekend

      Deze moeten de gemeenschappen ten goede komen. Het verder uitbouwen van de gewesten zal Vlaanderen, zolang het in de Belgische structuren gevangen zit, voorgoed in een twee-tegen-een minderheidspositie plaatsen. Meer nog: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest usurpeert heel wat bevoegdheden die de zijne niet zijn. We denken aan alle mogelijke bemoeienissen op vlak van onderwijs (geld voor scholen, implementeren van wetenschappelijk onderwijs in de scholen, actieve rol voor fusie universitair onderwijs in Brussel, ...) of van kinderopvang (financiering bouw crèches, ..). Deze bemoeizucht dient te worden stopgezet en de exclusieve bevoegdheid van de gemeenschappen in deze dient erkend en te worden gerespecteerd.

      Kortom: de idee van de Franstalige partijen om Brussel als derde gewest te versterken moet worden verworpen en integendeel moeten de bevoegdheden van de gemeenschappen in de hoofdstad worden uitgebreid.

    2. Brussel is niet ondergefinancierd

      Franstaligen en helaas vaak ook Brusselse Vlamingen die een graantje willen meepikken, zwaaien al enkele jaren met het argument dat Brussel ondergefinancierd is voor haar hoofdstedelijke taken. Het gebrek aan middelen zou te wijten zijn aan de hoofdstedelijke functie van België en Europa. Dit leidt tot bijkomende uitgaven (transport,ordehandhaving, …) en minder inkomsten (vrijstelling van onroerende voorheffing voor internationale instellingen en lagere personenbelastingen door het hoge aantal Europese ambtenaren en pendelaars). In één adem wordt ook nog vernoemd dat Brussel zou instaan voor 20% van onze welvaart, terwijl dit geen verdienste is van het gewest, maar enkel een gevolg van de hoofdstedelijke functie.

      Dit betoog klinkt holler met de dag. Zo werden voor de hoofdstedelijke functie in het verleden al extra middelen vrijgemaakt. Al naargelang de bron int Brussel al een bonus van 700 miljoen tot 1 miljard euro per jaar. Via het solidariteitsmechanisme in de BFW krijgt Brussel nu reeds 300 miljoen. In 2000 was dit nog beperkt tot 45 miljoen euro. De BFW voorziet verder in een specifieke dotatie van 92 miljoen. Daarnaast ontvangt de hoofdstad via het Beliris-fonds voor infrastructuurwerken jaarlijks 125 miljoen euro die ze moet moeite opgesoupeerd krijgen. De compensatie voor de belastingvrijstelling van internationale instellingen, de zogenaamde dode handregeling, bedraagt 41 miljoen euro, terwijl de verschillende gemeenschapscommissies samen 116 miljoen euro ontvangen. Samengevat: via verschillende bronnen - de federale begroting, de BFW, maar ook de sociale zekerheid (vooral door de hoge werkloosheid) - krijgt Brussel nu reeds compensaties die wellicht tot 1 miljard euro oplopen.

      Dit alles is er natuurlijk niet vanzelf gekomen. Vooral de solidariteitsbijdrage is sinds het ontstaan van het hoofdstedelijk gewest snel gestegen. Ten tijde van Dehaene, toen de BFW werd opgesteld, lag de gemiddelde belastingopbrengst in Brussel nog hoger dan die in Vlaanderen en Wallonië. Brussel heeft sindsdien een grondige evolutie doorgemaakt. Zo is de middenklasse Brussel ontvlucht richting rand en zuigt Brussel het overgrote deel van de legale en illegale immigratie aan. De demografische ontwikkeling die daaruit volgt, versterkt nog deze problematiek. Brussel slaagt er niet in om zijn jonge en slecht opgeleide werklozen - vaak met een onvoldoende kennis van het Nederlands en zelfs het Frans - te activeren. Vaak hoort men dan het excuus dat in Brussel onvoldoende werk is en dat de tweetalige Vlamingen de betere jobs in Brussel innemen. De ware grond van deze toestand is dus niet een onderfinanciering, maar een fundamenteel economisch onevenwicht dat aantoont dat het een kapitale fout was van Brussel een derde gewest te maken.

      Maar er is meer. Een studie van Koen Algoed doorprikt de mythe van de onderfinanciering van Brussel en legt een ander mechanisme bloot. Brussel besteedt, rechtstreeks of onrechtstreeks via de gemeenten, veel middelen aan gemeenschapsbevoegdheden zoals cultuur, toerisme en onderwijs. De geldnood van de Franstalige gemeenschap tracht men dus via Brussel door te sluizen. Maar ook de OCMW-ziekenhuizen spelen een rol. Onder controle van de PS zijn deze een verlieslatend ondoorzichtig kluwen geworden. De verliezen worden bijgepast. De gemeenten en in tweede instantie het gewest draaien er voor op. De creativiteit van de PS en haar vazallen kent geen grenzen en is gericht op een zuivere machtspolitiek met het sociaal beleid als hefboom.

      De belasting van de pendelaars volgens het werkplaatsprincipe zal de problemen niet oplossen. De gemiste personenbelastingen worden immers gecompenseerd door rechtstreekse dotaties, maar ook door het solidariteitsmechanisme in de BFW. Daarenboven brengt de pendelarbeid ook lusten met zich mee, zoals de bijkomende consumptie in de tertiaire sector of meer specialisatie in de hoofdstad. Brussel zou beter de kern van het probleem, nl. de veel te hoge (jongeren)werkloosheidsgraad van 33% ( bijna drie maal hoger dan de Vlaamse), aanpakken. Een betere opleiding (o.m. talenkennis), maar ook een gerichte activering van de werklozen (Actiris) zouden reeds veel zoden aan de dijk brengen.

      In het licht van dit alles is het bevreemdend om vast te stellen dat Bart De Wever in zijn 'Herenakkoord van Vollezele' het principe van de extra financiering had aanvaard, terwijl het net de verdienste was van Koen Algoed, momenteel kabinetchef van Vlaams begrotingsminister Muyters (N-VA), om de mythe van de onderfinanciering te doorprikken.

    3. Franstalige eisen en verdeelsleutels leiden tot verpaupering

      PS, CDH en Ecolo vragen een aanpassing van de huidige 80/20-verdeling naar een 93/7-verdeling. Dit is uiteraard totaal onaanvaardbaar. Om te beginnen betekent een dergelijke herverdeling van de middelen niets minder dan een nieuwe uitbreiding van de financiële transfers van Vlaams geld naar de Franstaligen in Brussel. Met de 93/7-eis schieten de Franstaligen trouwens in hun eigen voet. Wanneer het Nederlandstalig onderwijs in Brussel het in de toekomst zal moeten rooien met minder geld, valt voor heel wat Franstaligen hun laatste kans op een degelijke opleiding en dus degelijke job weg. Het lijkt erop dat de Franstaligen de verpaupering in Brussel willen blijven bestendigen.

      Met deze bedragen kan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bezwaarlijk als ondergefinancierd worden beschouwd. De zogenaamde onderfinanciering, die door de Brusselse gewestregering wordt aangevoerd en zelfs werd ingefluisterd aan Standard & Poor's, zou het gevolg zijn van het feit dat het gewest eigenlijk een aanzienlijk deel van zijn inkomsten besteedt aan materies waar het niet voor bevoegd is.

      Zo ontving de Cocof in 2006, ter financiering van gemeenschapsbevoegdheden, 145,673 miljoen euro van het gewest en ging er 35,38 miljoen euro naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Krachtens de 80/20-verdeelsleutel tussen de verschillende gemeenschappen ontving de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), als een gevolg van deze uitgaven, eveneens een bedrag van 34,276 miljoen euro. Het feit dat de Franstaligen er nu mee dreigen om de 80/20-verdeelsleutel tot 93/7 te herleiden, is een regelrechte oorlogsverklaring aan de Nederlandstaligen die, anderzijds, vanuit Vlaanderen wel diezelfde verdeelsleutel als 'Brusselnorm' ten gunste van de Vlaamse gemeenschap in Brussel blijven hanteren.

      Als gevolg van het uitoefenen van deze oneigen bevoegdheden, besteedde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2006 slechts 11,9% van het budget aan specifiek gewestelijke uitgaven zoals tewerkstelling, mobiliteit en economie.

      Daar komt bovenop dat de Brusselse gemeenten, in vergelijking met de Vlaamse of de Waalse, een relatief groot aandeel van de kosten van onderwijs, gezondheidszorg en sociale hulp op zich nemen, maar tegelijkertijd andere kosten zoals verkeer en afval in een meer belangrijke mate doorschuiven naar het hoofdstedelijk gewest. Dat de kosten voor onderwijs, gezondheidszorg en sociale hulp hoger oplopen dan elders, staat in rechtstreeks verband met de door het hoofdstedelijk gewest gevoerde politiek die stadsvlucht en verpaupering in de hand werkt en met het huidige vreemdelingen en asielbeleid.

      Het argument dat de pendelaars aan de oorzaak zouden liggen van de gebrekkige financiën van het gewest, gaat uiteraard niet op. Meer dan één studie toont aan dat het aanbod aan tewerkstelling (hoofdzakelijk gespecialiseerde tertiaire sector) niet in overeenstemming is met het aanbod aan werkkracht binnen het gewest, dat een hoog percentage aan onvoldoende geschoolde inwoners telt.

      Als de stadsvlucht een halt wordt toegeroepen en de stad opnieuw aantrekkelijk wordt gemaakt voor middeninkomens indien het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de tering naar de nering zet en er niet op uit is om fiscaal in concurrentie te treden met Vlaanderen (gemeentelijke opdeciemen, kadastrale perequatie, maatregelen notariële fiscaliteit, …), dan zouden niet alleen de inkomsten aan de hogere kant liggen, maar zouden ook de uitgaven verminderen. Ook de piste van een tussenkomst, onder een of andere vorm, al dan niet via fiscaliteit, van de Europese instellingen in de kosten die ze voor het Brussels gewest veroorzaken, moet worden overwogen.

      Volgens Standard & Poor's zouden de financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gebukt gaan onder onsamendrukbare kosten zoals openbaar vervoer. Het feit dat de MIVB, louter door het plaatsen van toegangsdeuren aan enkele metrostations gedurende de zomermaanden dubbel zoveel inkomsten opstreek, illustreert dat dergelijke argumenten met een korrel zout dienen te worden genomen.

      Het toekennen van meer middelen aan het gewest en het usurperen door het gewest van gemeenschapsbevoegdheden dient gekaderd te worden in de algemene strategie van de Franstaligen om van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een volwaardig gewest te maken.

  5. Uitgangspunten van het Vlaams Belang

    1. Vlaamse onafhankelijkheid

      De onafhankelijkheid van Vlaanderen blijft de belangrijkste doelstelling van het Vlaams Belang. Onze partij zal dan ook alle maatregelen steunen die dit objectief daadwerkelijk dichterbij brengen. Het streven naar meer fiscale autonomie past volledig in deze strategie. Uiteraard is deze autonomie slechts een tussenstap naar de uiteindelijke soevereine fiscale bevoegdheden van de Vlaamse staat, net zoals bij de overige lidstaten van de Europese Unie.

    2. Geen hervorming zonder fiscale decentralisatie

      De fiscale autonomie van de Belgische deelstaten blijft na vijf staatshervormingen in drie decennia bijzonder mager. Anno 2010 wordt de Vlaamse begroting voor nog géén vijfde gefinancierd met de opbrengsten uit de gewestbelastingen. In de Oeso bedragen de eigen belastingen gemiddeld 40% van de ontvangsten van de subcentrale overheden of dubbel zoveel als in de Belgische deelstaten. De Belgische federale staat blijkt bijzonder huiverachtig tegenover meer fiscale autonomie voor de deelgebieden. Alhoewel voornamelijk sinds Lambermont meer middelen worden toegewezen aan de gemeenschappen en gewesten, houdt het Belgische overheidsniveau de controle over en de inning van heel wat belastingen. In 2009 bedroegen de totale ontvangsten van de federale overheid 87,3 miljard euro, waarvan 81,4 miljard fiscale. Niet minder dan 57,6 miljard euro hiervan werd aan de andere overheden overgemaakt. Na aftrek van de rente op de staatsschuld ten belope van 11,8 miljard hield de federale overheid in 2009 nog geen 18 miljard euro over voor de uitoefening van haar eigen bevoegdheden. De federale uitgaven liepen echter op tot 101,7 miljard waardoor het tekort van het federaal niveau steeg tot 14,3 miljard euro tegenover 5,6 miljard in 2008…

      Paradoxaal genoeg krijgen de deelstaten sinds Lambermont jaarlijks meer middelen uit de federale kas toegewezen, waardoor dezelfde federale overheid haar nog resterende ruime bevoegdheden moet uitoefenen met steeds minder geld én blijft opdraaien voor het economisch risico. Verhofstadt heeft zich hiermee gedurende een aantal jaren de goeie wil van de PS afgekocht zonder dat iemand zich afvroeg waartoe dit ging leiden. Maar net hierdoor komt het federale niveau in moeilijkheden. Het federale budget staat in voor de kosten van de vergrijzing en de aflossing van de staatsschuld. Aangezien het overgrote deel van de federale middelen door Vlaanderen worden opgebracht ligt de PS daar blijkbaar niet wakker van. De beste illustratie daarvan is de totale afwezigheid van het thema begrotingstekort in de Franstalige verkiezingsprogramma's van 2010. Vlaamse politici en commentatoren zijn het er over eens dat een volledige hertekening van de financieringswet nodig is om de Belgische staatsfinanciën te redden en dus ook het voortbestaan van België te verzekeren. Vlaanderen kan deze perverse Franstalige strategie niet op z'n beloop laten. Bij een opdeling van het land zal Vlaanderen hoe dan ook haar deel in de aflossing van de staatsschuld moeten dragen. Net daarom, om de toekomst van de jonge Vlaamse staat niet in gevaar te brengen moet de aanpassing van de financieringswet niet beperkt blijven bij wat rommelen inde marge maar is een volwaardige fiscale autonomie nodig. Fiscale decentralisatie of autonomie zal opnieuw de democratische spelregel herstellen die door Dehaene en specialisten was terzijde geschoven: "No taxation without representation". De belastingsbetalers moeten opnieuw hun politieke vertegenwoordigers rechtstreeks rekenschap kunnen vragen over de middelen die zij vragen om uitgaven te kunnen doen in gewesten en gemeenschappen. In het huidige systeem wordt de belasting opgelegd door een federaal parlement dat geen controle heeft over bijna de helft van zijn uitgaven. Terwijl de regionale parlementen uitgaven goedkeuren, zonder dat één enkele van hun vertegenwoordigers enige verantwoordelijkheid draagt voor de financiering.

    3. Efficiënter sociaal-economisch beleid

      Gezien de hoge mate van federale fiscale voogdij, steunend op een uitgebreid systeem van al dan niet verkapte dotaties, ontbreekt het de deelstaten de motivatie én de mogelijkheid om een eigen sociaal-economisch beleid te voeren. Zolang de fiscale hefbomen in handen blijven van de Belgische staat, kunnen de deelstaten geen eigen beleidsaccenten leggen, aangepast aan hun eigen reële noden en verzuchtingen. Een unitair beleid voor steeds verder divergerende deelgebieden is nefast voor elk overheidsniveau, administratief zwaar belastend en bijzonder duur. Meer fiscale autonomie, gekoppeld aan de overdracht van coherente bevoegdheden zal de deelstaten toelaten een efficiënter en transparanter beleid te voeren tegen een lagere prijs. Dit was 10 jaar geleden reeds de drijfveer achter de Vijf Vlaamse resoluties en is nu in 2010 meer dan ooit actueel. Vlaanderen moet vechten voor haar economische toekomst. Terwijl in onze buurlanden drastische besparings- en hervormingsprogramma's op de tafel liggen en onze binnenlandse markten met name in strategische sectoren als energie en financiën worden veroverd door Frankrijk, ontbreekt het Vlaanderen aan economische beleidsinstrumenten. Ook het Vlaamse bedrijfsleven heeft dit begrepen en pleit ervoor om het stelsel van subsidiëring te vervangen door de mogelijkheid van kortingen via de vennootschapsbelasting in te voeren.

    4. Een Vlaamse fiscaliteit in de Europese Unie

      Een volledige fiscale harmonisatie op Europees niveau is een slecht idee. In principe beschikken soevereine overheden over twee belangrijke categorieën van maatregelen om hun beleid te sturen: de monetaire en de fiscale. De landen van de Eurozone hebben echter hun monetaire bevoegdheden overgedragen aan de Europese Centrale Bank, waardoor enkel nog het budgettair (fiscaal) instrumentarium overblijft. Aangezien belastingbevoegdheid behoort tot de basis van de soevereiniteit van een land - iets wat ook het federale België bijzonder goed begrepen heeft - ligt deze materie zeer gevoelig voor de meeste Europese lidstaten. De unanimiteitsvereiste voor fiscale beslissingen maakt dan ook dat de Europese Commissie omzichtig te werk moet gaan en geen voorstander is van een algemene fiscale harmonisatie. Een verdere afkalving van de fiscale bevoegdheden zou de beleidsinstrumenten van de afzonderlijke lidstaten verder beknotten. Meer Europese inmenging zou trouwens een gezonde fiscale concurrentie binnen Europa onmogelijk maken en de stimulansen voor efficiëntere en eenvoudigere overheden wegnemen. Belastingbevoegdheden moeten dan ook zoveel mogelijk nationale bevoegdheden blijven. Europese maatregelen die de transparantie ten goede komen zonder de gezonde fiscale mededinging te belemmeren of de soevereiniteit aan te tasten kunnen hierop een uitzondering vormen.

  6. Voorwaarden voor een geloofwaardige fiscale autonomie

    Een geloofwaardige fiscale autonomie impliceert een sterke vermindering van de federale fiscale ontvangsten ten voordele van de deelstaten. Dit houdt in dat de steeds grotere graad van fiscale autonomie noodzakelijk gekoppeld moet worden aan de overdracht van de resterende federale bevoegdheden. De splitsing van de schuld en de sociale zekerheid moeten prioritair worden aangepakt. Menig waarnemer wijst er terecht op dat de financiering van de verschillende entiteiten van de Belgische federatie nauw samenhangt met de voornaamste uitdagingen van het ogenblik zijnde de stijgende kosten door de vergrijzing (pensioenen en de bijdrage aan de sociale zekerheid en derg.) en de versnelde aflossing van de overheidsschuld.

    Uiteraard zijn de hierna opgesomde wijzigingen niet voldoende. Andere wettelijke bepalingen, direct of indirect gelieerd aan deze bevoegdheden, zullen moeten aangepast worden. De voorgestelde wijzigingen passen in de strategie naar een onafhankelijk Vlaanderen en zijn, mits enige technische uitwerking, te integreren in de bestaande wetgeving.

    Een fiscale autonomie die naam waardig moet minstens voldoen aan:

    1. Aanpassen fiscale wetgeving

      Iedereen is het er ondertussen over eens dat de financieringswet grondig en globaal moet worden herzien. De diverse staatshervormingen hebben de transparantie met betrekking tot de financiering van de Belgische deelstaten zeker niet bevorderd. De Bijzondere Financieringswet (1989) zoals gewijzigd in 1993 en 2001 is dan ook een bijzonder staaltje van communautaire spitstechnologie.

      In het wetgevend werk heeft de Belgische federale staat er echter steeds over gewaakt de echte (fiscale) macht niet uit handen te geven. Fiscaliteit is niet toevallig de enige materie waarbij decreten en ordonnanties de facto ondergeschikt zijn aan wetten. Om te voorkomen dat een toevallige parlementaire meerderheid de bestaande bepalingen zouden wijzigen, werd de financiering van de gemeenschappen en gewesten in de wetgeving gebetonneerd via bijzondere wetten en via de grondwet.

    2. Autonome belastingbevoegdheden

      Alle beperkingen qua belastingsbevoegdheden moeten worden afgeschaft.

      " Afschaffen tweede lid art 170 GW §2 dat de fiscale bevoegdheden van de deelgebieden beperkt;

      " Regionalisering van de gerechtelijke procedures inzake fiscale geschillen tussen belastingplichtigen en de bevoegde deelstaatoverheid door de oprichting van een Vlaams Grondwettelijk Hof en een Vlaamse Raad van State;

      " Bevoegdheidsconflicten tussen deelstaten en federale staat of tussen deelstaten onderling worden tot de definitieve ontbinding van de Belgische staat geregeld via het federaal Grondwettelijk Hof. De nog resterende bevoegdheden worden bij de ontbinding aan de respectievelijke gewesten overgedragen.

    3. Gewestelijke belastingen

      " De gewesten verkrijgen de volledige bevoegdheid over alle aspecten van de 12 belastingen (belastbare materie, grondslag, tarieven, vrijstellingen). De federale bevoegdheid over de belastbare materie wordt dus eveneens aan de gewesten overgedragen. Uiteraard blijft het non bis in idem-principe van kracht, zij het dat hierdoor de gewesten nieuwe belastingen kunnen invoeren zonder federale inmenging;

      " Homogene bevoegdheden: overheveling van de nog federale bevoegdheden op onroerende goederen (grondslag van het kadastraal inkomen) en op de registratierechten (inbreng in vennootschappen);

      " De verplichting om samenwerkingsakkoorden af te sluiten, wordt afgeschaft. Wel kunnen de gewesten op vrijwillige basis samenwerken (bijvoorbeeld op het vlak van de verkeersgerelateerde belastingen) net zoals met andere landen;

      " Zuiver Vlaamse gerechtelijke procedures moeten voor een Vlaamse rechtbank geregeld worden. Geschillen tussen de deelgebieden onderling en/of het federale niveau worden tot de definitieve ontbinding van de Belgische staat beslecht door het federaal Grondwettelijk Hof.

    4. Samengevoegde belastingen

      " Afschaffing van de beperkende voorwaarden inzake de toegelaten fiscale maatregelen (maximumpercentages, progressiviteit, deloyale concurrentie) en afschaffing van de beperking op toegelaten maatregelen zelf;

      " Administratie en procedures: vestiging, invordering en geschillenbeslechting (binnen het deelgebied) gebeuren door gewestelijke instanties in plaats van door de federale. Dit impliceert een omkering van de huidige situatie.

    5. Gedeelde belastingen

      De gewesten verzorgen de vestiging, de invordering en beslechten geschillen (binnen het deelgebied) voor rekening van en in overleg met de gemeenschappen De gewesten storten de middelen door aan de gemeenschappen en aan de federale overheid zolang niet alle bevoegdheden effectief en volledig zijn overgedragen, dus tot de finale ontbinding van de Belgische staat. Aangezien het Vlaams Gewest institutioneel gefusioneerd is met de Vlaamse Gemeenschap valt de procedure en administratie van de samengevoegde en gedeelde belastingen volledig samen.

    6. Afschaffing nationale solidariteitstussenkomst

      De huidige solidariteitsregeling waarbij gewesten met een lagere gemiddelde opbrengst dan het rijksgemiddelde een extra dotatie krijgen, is in de huidige context je reinste diefstal. Vlaanderen is hierbij altijd de pineut maar de regeling is daarbovenop inefficiënt en ontneemt de gewesten iedere stimulans om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Deze clausule moet dan ook verdwijnen. Dit betekent niet dat Vlaanderen niet langer solidair kan zijn met de overige gewesten. Een samenwerkingsakkoord gebaseerd op duidelijke en transparante resultaatsverbintenissen zal de verantwoordelijkheid en de efficiëntie van alle gewesten bevorderen.

    7. Personenbelasting

      De opbrengst van de personenbelasting, momenteel slechts gedeeltelijk aan de deelgebieden toegewezen, wordt volledig verdeeld. Deze verdeling kan gebeuren op basis van de in de Bijzondere Financieringswet vastgelegde verdeelsleutel, de lokalisatie van de opbrengsten van de personenbelasting. Alle overige correcties en aanpassingen worden geschrapt. De middelen worden aan de gemeenschappen toegewezen. De in Brussel gelokaliseerde opbrengsten worden verdeeld volgens de 80/20-sleutel.

    8. Vennootschapsbelasting

      De via de vennootschapsbelasting gegenereerde fiscale ontvangsten worden volledig aan de gewesten toegewezen volgens de lokalisatie ervan. De bedrijfswinst - de grondslag van de vennootschapsbelasting - wordt niet langer belast enkel volgens het criterium van de plaats van de maatschappelijke zetel, maar wordt verdeeld over de gewesten volgens een simpele formule gebaseerd op de tewerkstelling, op investeringen in onroerend goed en andere vaste activa en indien mogelijk op de omzet van een vennootschap. De gewesten belasten het aan hen toekomende aandeel van de winst volgens de in het betrokken gewest geldende tarieven. Deze methode houdt meer rekening met de economische realiteit voor de bedrijven die in meerdere gewesten actief zijn, ongeveer 20% van de in België actieve ondernemingen.

    9. Indirecte belastingen

      De nog niet overgedragen opbrengsten van de indirecte belastingen worden volledig verdeeld over de gemeenschappen volgens de lokalisatie van de opbrengst van de personenbelasting. Dit impliceert dat de toewijzing van de gedeelde belastingen inzake BTW-middelen wordt uitgebreid. Bestaande correcties en aanpassingen worden afgeschaft, zowel betreffende de 'oude' dotaties zoals geregeld in de Financieringswet (i.c. de verdeling volgens de leerlingencijfers) als de bijkomende dotaties geregeld in het Lambermontakkoord. De in Brussel gelokaliseerde opbrengsten worden verdeeld volgens de 80/20-sleutel.

    10. Organisatie overdracht

      De gewesten worden volledig bevoegd voor alle fiscale aspecten en modaliteiten van de overgedragen middelen, inclusief de toekomstige inning, procedures en administratie op het moment van de overdracht. Door de institutionele fusie van gemeenschap en gewest kan dit in Vlaanderen zonder problemen. In Wallonië zal een samenwerking tussen (of een fusie van) het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap nodig zijn. De financiering van de federale restbevoegdheden tot de volledige onafhankelijkheid van de deelstaten wordt via een samenwerkingsakkoord geregeld. De financiering van Brussel gebeurt via dotaties van de gemeenschappen op basis van de lokalisatie van de belastingopbrengsten.

    11. Alternatieve verdeling

      De financiering van Brussel mag uiteraard niet gekoppeld worden aan het dossier B-H-V maar wel aan de volledige herziening van de financieringswet. Bovendien moet Brussel als gewest worden afgeschaft want de huidige structuren beletten een efficiënt en coherent beleid.

      De beste manier om de middelen te verdelen hangt nauw samen met het toekomstig statuut van de stad Brussel; een onderdeel van Vlaanderen of Wallonië, gezamenlijk bestuurd door de grote gewesten, een zelfstandig entiteit of een Europees district. Ook Brussel zelf zal zijn voor- en nadelen moeten afwegen: zullen de vennootschappen wel in Brussel blijven bij een splitsing van het land en wat zal het effect zijn op het aantal pendelaars? Het is zeker niet ondenkbeeldig dat wanneer Brussel zijn banden met Vlaanderen wil doorknippen de zogenaamde motor van de Belgische economie tot zijn ware proporties zal worden herleid.

    12. Splitsing schuld

      Eind juli 2010 bedraagt de Belgische staatsschuld 342, 878 miljard euro volgens het Agentschap van de Schuld. De verdeling van dit nog steeds enorm passief kan volgens verschillende verdeelsleutels.
      Ondanks het feit dat Wallonië grotendeels verantwoordelijk is voor de Belgische staatsschuld zijn het de andere gewesten die er voor opdraaien. Indien de regionale bijdrage (60% Wallonië, 30% Vlaanderen en 10% Brussel) tot de federale schuld als verdeelsleutel zou worden toegepast, zou dit bijzonder nadelig zijn voor Wallonië terwijl Brussel, en vooral Vlaanderen, een schuldgraad zouden krijgen die meer in de lijn ligt van andere Europese landen. Vlaanderen zou meteen voldoen aan de 60%-schuldnorm, zoals bepaald in het verdrag van Maastricht.

      Daar het echter niet de bedoeling kan zijn om de toekomst van een ander volk zwaar te hypothekeren, worden ook andere sleutels in overweging genomen, zoals oppervlakte, bevolking of BRP (Bruto Regionaal Product) . Het criterium om de federale schuld over deelgebieden te verdelen op basis van het grondgebied is ingegeven door het feit dat heel wat kosten in de gewestbegroting afhankelijk zijn van de grootte van het grondgebied. Het is duidelijk dat ook deze sleutel erg nadelig is voor Wallonië, terwijl vooral Brussel een goede zaak zou doen.

      Rond het idee de schuld te verdelen op basis van de bevolkingscijfers bestaat meer consensus: deze eenvoudige en rechtvaardige regel kent heel wat voorstanders. In Tsjechoslowakije bijvoorbeeld, werd de schuld verdeeld onder Tsjechië en Slowakije volgens een 2 tegen 1-verhouding, gebaseerd op hun respectievelijk bevolkingsaantal.

      Het is eveneens mogelijk de schuld op te delen volgens het Bruto Regionaal Product. Deze sleutel is eveneens gebaseerd op het draagkrachtbeginsel. Het BRP zal immers bepalend zijn als indicator voor toekomstige belastingheffing om de schuld af te betalen en dus (duurzaam) af te bouwen. Voor Vlaanderen levert deze verdeelsleutel geen grote verschillen op met deze op basis van de bevolking. Dit criterium is echter vooral nadelig voor Brussel. Het relatief grote aandeel van dit gewest in het BRP wordt onder andere mede gegenereerd door een sterke aanwezigheid van pendelaars. Deze problematiek werd hierboven reeds geschetst en het zal afhangen van de onderhandelingen of de pendelaars zullen bijdragen in de afbouw van de Brusselse schuld of dat de personenbelastingen volgens de woonplaats en niet volgens de plaats van tewerkstelling geheven zal worden. Een alternatieve benadering, rekening houdende met het draagkrachtbeginsel, kan uitgaan van de gelokaliseerde fiscale opbrengsten.

      Ook Waalse academici laten zich niet onbetuigd en stellen zelf een schuldverdeling voor. Het idee van Professor Robert Deschamps (universiteit van Namen) vond reeds eind 2007 weerklank in de Waalse academische wereld. Het voorgestelde alternatief, de verdeling van de intresten op dusdanige manier dat het saldo van de publieke financiën voor iedere regio een gelijk percentage van zijn BRP vertegenwoordigt, is echter niet realistisch. Gezien de betere begrotingsresultaten zou Vlaanderen aldus opdraaien voor nagenoeg de volledige intresten. Dit criterium is uiteraard voordelig voor Wallonië, maar houdt geen enkele rekening met de oorsprong van de schuld, de bevolking of zelfs het voor Vlaanderen nadeliger criterium van het BRP. Vlaanderen zou afgestraft worden voor zijn gezond begrotingsbeleid, terwijl de verspilzucht van Wallonië zou beloond worden.

      De hierboven vermelde criteria hebben elk hun voor- en tegenstanders. Sommige van deze verdeelsleutels zijn immers op compleet tegengestelde principes gebaseerd. Zo gaat het BRP-criterium uit van het draagkrachtprincipe, terwijl de sleutel volgens de historische oorzaak de netto-ontvangers belast. Een gecombineerde verdeelsleutel dringt zich hier dan ook op. Een eerste mogelijkheid is om gebruik te maken van een gewogen combinatie van verschillende parameters. Deze methode wordt ook gevolgd bij de toekenning van de dotaties aan de gewesten; ze worden bepaald volgens drie determinanten, namelijk het aandeel in de personenbelasting, bevolking en oppervlakte.

    13. Splitsing sociale zekerheid

      Het Belgische sociale zekerheidsstelsel bestaat uit drie substelsels - werknemers, zelfstandigen en ambtenaren en beslaat zeven verschillende takken: pensioenen, werkloosheid, kinderbijslag, ziekteverzekering, arbeidsongevallen, beroepsziekten en vakantiegeld voor arbeiders.

      De financiering gebeurt door sociale zekerheidsbijdragen van de werkende bevolking, een tussenkomst van de federale en via een alternatieve financiering met als doel zowel de staatstoelage als de werkgeversbijdragen te beperken. Alternatieve financiering bestaat uit de toewijzing van een bepaald percentage van de BTW-ontvangsten. Hiervan wordt 96% toegekend aan het werknemersstelsel en 4% aan het stelsel van de zelfstandigen.

      Een eigen sociale zekerheid is bijzonder belangrijk in een moderne maatschappij, vooral de uitbouw van een eigen actief tewerkstellingsprogramma, pensioenbeleid, gezinsbeleid en daarenboven om een eigen visie te ontwikkelen op de ziekteverzekering en de gezondheidszorg.

      Aangezien het gaat om persoonsgebonden materie, moeten de inkomsten van de sociale bijdragen integraal worden toegekend aan de gemeenschap die ze genereert, die er de volledige bevoegdheid over krijgt. De opbrengst van de in Brussel geïnde parafiscale lasten worden op basis van een 20/80-verhouding worden toegekend aan elke gemeenschap. De inning en de administratieve afhandeling gebeuren volledig door de gemeenschappen.

      De middelen van het door het federale niveau opgebouwde pensioenfonds, het Zilverfonds worden aan de gemeenschappen toegewezen (opmerking: vergeet niet dat het Zilverfonds Monopolygeld is en dus enkel op papier bestaat en dus een soort van schuldvordering is die alleen kan uitbetaald worden als er begrotingsoverschotten zijn). Ze worden verdeeld over de gemeenschappen op basis van het aantal pensioengerechtigde inwoners op het tijdstip van overdracht. Vanaf dat moment staan de gemeenschappen volledig in voor de opbouw van hun eigen pensioenreserves en voor de betaling van de pensioenen. Voor Brussel wordt de 20/80-verhouding gebruikt.

  7. Eindbalans: Gewogen en te licht bevonden

    We kunnen de voorliggende denkpistes en principes nu toetsen aan achtereenvolgens de voorstellen die uit belangenverenigingen en academische kringen naar voor komen, aan de visie van het Vlaams Belang en aan wat internationaal geldt als maatstaf voor de mate van fiscale autonomie. We kunnen dan niet anders dan eenvoudigweg vaststellen dat deze ingrepen niet voldoen aan de criteria voor een fiscale autonomie die naam waardig.

    Vooreerst is het toepassingsveld veel te smal: van de directe belastingen komt enkel de personenbelasting in beeld en niet voor de socio-economische hefbomen veel belangrijker vennootschapsbelasting. De indirecte belastingen nochtans ook zeer belangrijk komt al helemaal niet in beeld.

    De tot hiertoe in kringen van de onderhandelaars genoemde pistes hadden het enkel over een uitbreiding van de afwijkingsvork van 6,75% die gewesten mogen toestaan in de personenbelasting. Het gaat in principe dus nog steeds over het voortborduren op de ideeën van Verhofstadt onder het paars bewind. Alle waarnemers zijn het er over eens dat de maatregelen van Verhofstadt ten tijde van Lambermont niets te maken hebben met fiscale autonomie en nefast is voor elke vorm van responsabilisering. Maar het gaat verder dan dat: Lambermont van Verhofstadt stelt de Franstaligen in staat de schuld ongebreideld te doen oplopen in de hoop dat de schuldkwestie Vlaanderen aan België zal binden.

    Ten derde moeten we vaststellen dat alle belangrijke voorwaarden om te spreken over een volwaardige vorm van fiscale autonomie namelijk de bevoegdheden op het vlak van grondslagen, aanslagvoeten, inning en rechtspraak federaal zullen blijven. Met andere woorden: deelstaten zullen niet zelf kunnen instaan voor de regelgeving en de inning van de eigen belastingen, een grondregel wat betreft fiscale autonomie. Het gaat dus in wezen over een vergroting van de doorgeefoperatie en dus een versterking van het chequeboek- of consumptiefederalisme.

    Ten vierde hebben de onderhandelaars in de principes ingeschreven dat er geen fiscale concurrentie mag ontstaan, er geen verarming van de deelstaten mag ontstaan (wat zijn de transfers van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië dan?) dat er een bijzondere regeling voor Brussel komt en dat eerst de gevolgen zullen berekend worden waarbij de Franstaligen te kennen geven zich niet meer te laten rollen zoals ten tijde van Dehaene. Dit lijkt al te zeer op een erkenning en betonnering van de transfers.

    Ten slotte wijzen we er op dat ook de sociale zekerheid en de opdeling van de staatsschuld moeten in ogenschouw worden genomen, maar waarvan in deze context helemaal geen sprake is.

    De twaalf principes van wat men nu reeds het Bartholomeusakkoord noemt, zijn in tegenspraak met elkaar en zullen Franstaligen in staat stellen het opzetten van een transparant, duidelijk en verantwoordelijk financieringssysteem te dwarsbomen. Hoe zeer men dit ook tracht te verkopen als een kader voor het versterken van fiscale autonomie, het is er geen. Hoe zeer men dit ook tracht te verkopen als een vorm van fiscale autonomie, het is er geen. Het is dus allemaal veel geblaat voor weinig wol!

Gerolf Annemans
10 juli 2010
11 Juli-Boodschap

Vlaams Belang wil De Wever helpen ‘Paaldorp België’ te ontmantelen

Splitsing sociale zekerheid en fiscale autonomie moet minimale tussenstap zijn

Precies een jaar geleden, vlak na de Vlaamse en Europese verkiezingen van juni 2009, wees het Vlaams Belang op de onoverbrugbare kloof tussen Vlamingen en Franstaligen. Na de recente federale verkiezingen kan enkel worden vastgesteld dat de economische, culturele en politieke kloof een heuse ravijn is geworden. Doordat de staatsdragende partijen – christendemocraten, liberalen en socialisten – samen geen meerderheid meer halen in het parlement, werd 13 juni 2010 zonder meer een zwarte dag voor België. Dat de traditionele politici het komende half jaar zullen pronken met de pluimen van het Belgische EU-voorzitterschap en zullen opbieden in federalistische retoriek, verandert daar niets aan.

Aan de vooravond van onze nationale feestdag staat Vlaanderen voor grote uitdagingen. De Vlaamse overheid moet over meer instrumenten en bevoegdheden beschikken om eindelijk een beleid te kunnen voeren dat is afgestemd op de Vlaamse economie en samenleving. In 1999 legden de traditionele partijen reeds enkele uitgangspunten voor een staatshervorming vast. Die veelbesproken Vlaamse resoluties voorzien onder meer in de splitsing van de gezondheidszorg en kinderbijslagen, de splitsing van de nationale spoorwegmaatschappij, de volledige overheveling van de personenbelasting en financiële en fiscale autonomie. Nooit eerder was het draagvlak voor meer autonomie zo groot.

Schijnfederalisme

Vandaag heeft Vlaanderen een fiscale autonomie van amper 20 procent – minder dan de autonomie van de gemeenten – en kan het zijn geld dus niet naar goeddunken besteden. Dat Vlaanderen afhankelijk is van het geld dat door het Belgische niveau ter beschikking wordt gesteld, is op zich al een aanfluiting van elke federale logica. In échte federale staten, zoals de Verenigde Staten en Zwitserland, beschikken de deelstaten immers over 50 procent van hun inkomsten. De deelstaten van Duitsland en Canada zijn voor twee derde fiscaal autonoom.

Andere Europese volkeren zijn veel beter af dan de Vlamingen: de Catalanen mogen 50 procent van de zelf geïnde belastingen behouden en hebben een eigen gezondheidszorg. De Basken verwierven in 2002 vrijwel volledige fiscale autonomie en beschikken over een eigen sociale zekerheid en een kwalitatief hoogstaand en efficiënt gezondheidsbeleid. Daar kan Vlaanderen enkel maar van dromen.

Schuiven met de meubels?

Het Vlaams Belang stemde de Vlaamse resoluties destijds niet omdat de eisen niet ver genoeg gingen. De unitaire sociale zekerheid – een der belangrijkste Belgische steunpilaren – zou immers slechts gedeeltelijk worden gesplitst. Anno 2010 merkt ook politicoloog Bart Maddens op dat er in de resoluties helemaal geen sprake is van confederalisme, maar dat zij hooguit het doortrekken van het huidige federalisme impliceren. Het Vlaams Belang heeft nooit geloofd in de bestendiging van het Belgische federalisme, dat steeds een valstrik voor Vlaanderen is gebleken. Bovendien: als het de N-VA menens is met de beloofde ‘Copernicaanse omwenteling’ – waarvan ook minister-president Kris Peeters (CD&V) al jaren pleitbezorger is – dan zullen de komende hervormingen een stuk verder moeten gaan dan de al bij al voorzichtige Vlaamse eisen die in 1999 werden vooropgesteld. Daarbij is het opletten geblazen dat Vlaanderen niet ‘gestrikt’ wordt. De tot nu toe uitgelekte pistes - bijvoorbeeld de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid - zijn immers niet van die aard om te kunnen spreken van een grote staatshervorming, laat staan van een ‘Copernicaanse omwenteling’ of confederalisme.

In dat verband is het uitkijken naar wat de N-VA straks zal realiseren van haar belofte om de unitaire sociale zekerheid – waar zich overigens het gros van de miljardentransfers situeert – te splitsen. Ook het toonaangevende weekblad Trends, bij monde van hoofdeconoom Daan Killemaes, vroeg zich al af wat voor een staatshervorming nog mogelijk is als de sociale zekerheid bijna onaantastbaar zou blijven. “Misschien nog meer dan wat borrelnootjes, maar ook niet meer dan een pak friet met stoofvleessaus.” Inderdaad: indien de sociale zekerheid een federale bevoegdheid blijft onder het alziend oog van de Parti Socialiste, dan blijft ook de fiscaliteit grotendeels Belgisch om de sociale zekerheid te financieren. En dat terwijl in die fiscaliteit nu net de grote hefbomen zitten om de beloofde verandering mogelijk te maken. “Als de fiscale architectuur intact moet blijven, kan in het Belgische huis hoogstens wat geschoven worden met de meubels,” aldus Killemaes. Het is nu of nooit: voor het Vlaams Belang zijn de splitsing van de unitaire sociale zekerheid en het verwerven van volledige fiscale autonomie - vanzelfsprekend als minimale tussenstap naar Vlaamse onafhankelijkheid - primordiaal.

Stap naar autonomie

Het standpunt van het Vlaams Belang is klaar en duidelijk: als Bart De Wever ons binnenkort een loepzuivere stap naar autonomie kan aanbieden, dan zullen wij die steunen. Als hij bewijst dat het binnen het Belgische geheel kan zónder toegevingen of het betalen van een prijs, dan zal het Vlaams Belang hem daarbij helpen. Al dient gezegd dat het participationisme van Vlaamsgezinden binnen België nog nooit tot hervormingen heeft geleid zonder dat daar onaanvaardbare toegevingen tegenover stonden.

Laat ook nog maar eens duidelijk beklemtoond zijn dat over de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde wat ons betreft niét onderhandeld kan worden. Van een ‘lepel suiker’ om de splitsing verteerbaar te maken voor de Franstaligen kan dan ook op geen enkel moment sprake zijn.

Het was de partij van de informateur die België ooit vergeleek met een paaldorp, waaronder je cruciale paaltjes moet uitzagen. Nog los van het feit dat Di Rupo en co nooit zullen toestaan dat de Belgische constructie verzwakt uit de komende onderhandelingen komt, kan niet anders dan vastgesteld dat de N-VA na het afzweren van haar onafhankelijkheidsdiscours al flink wat water bij de wijn van haar programma heeft gedaan. Om Vlaanderen te geven waar het recht op heeft en het ‘paaldorp België’ finaal te ontmantelen, heeft ons volk meer dan ooit nood aan politici die buiten de Belgische logica durven treden en de hooggespannen verwachtingen eindelijk inlossen.

Aan de vooravond van 11 juli doet het Vlaams Belang daarom een krachtige oproep aan de toekomstige Vlaamse onderhandelaars om geen halfslachtige, Belgische oplossingen meer te verdedigen. Geen staatshervormingen die alleen maar moeten dienen om België kunstmatig in leven te houden. Geen tijd en energie meer verspillen aan oeverloze onderhandelingen met de Franstaligen, maar minutieus en vastberaden ‘plan B’ - met de ‘b’ van boedelscheiding - voorbereiden. Vlaanderen heeft troeven genoeg om zijn lot in eigen handen te nemen.

Bruno Valkeniers, Voorzitter Vlaams Belang
Joris Van Hauthem, Woordvoerder

23 januari 2010
Standpuntenoverzicht

Vlaams Belang solidair met Opel-werknemers

De Vlaams Belangfractie in het Vlaams parlement heeft met grote bezorgdheid kennis genomen van de meest recente berichtgeving waarbij de fabriek van Opel in Antwerpen gesloten zal worden. Men heeft de zogenaamde businesscase onderuit gehaald en het GM-management erkent niet dat er destijds twee terreinwagens aan Antwerpen waren beloofd, hoewel het personeel in de fabriek op basis daarvan al twee jaar telkens 56 miljoen euro heeft ingeleverd om de financiële kloof met Korea te dichten. Dat de kans op overleven voor de Opel fabriek in Antwerpen klein was, werd vandaag bewezen.

Het Vlaams Belang begrijpt de woede en frustratie van de betrokken arbeiders en drukt bij deze haar solidariteit uit. Samen met de acties van de werknemers meent het Vlaams Belang dat de politieke wereld onmiddellijk werk moet maken van een alternatief plan voor de overname of toekomst van de Antwerpse Opel-vestiging. Het Vlaams Belang verwijst naar eerder geformuleerde voorstellen rond de mogelijke realisatie van elektronische of hybride wagens op deze site en dit in samenspraak met geïnteresseerde Vlaamse economische spelers ter zake.

Het Vlaams Belang hoopt dat het uitwerken van individuele alternatieven voor de zwaar getroffen Antwerpse regio niet te lang op zich zal laten wachten. De Vlaamse regering heeft in het verleden in andere dossiers immers al te lang getalmd. Vandaag krijgt zij de kans om haar geloofwaardigheid te redden in het belang van de vele Opel-werknemers en toeleveringsbedrijven.

Het Vlaams Belang vraagt ter zake een actualiteitsdebat aan in het Vlaams parlement.

Vlaams belastingsgeld voor snelbouwminaret op Yesil Camii-moskee Houthalen-Helchteren

Deze week werd op de Yesil Camii-moskee in Houthalen-Helchteren op nauwelijks één dag tijd een uit Turkije geïmporteerde minaret gebouwd van 20 meter hoog. De Yesil Camii – ook wel ‘groene moskee’ genoemd – werd in mei 2009 door toenmalig Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen erkend, wat voor de moskee de weg opende naar subsidiëring met Vlaamse en provinciale belastingsgelden.

Uit het erkenningsdossier waarover het Vlaams Belang beschikt blijkt dat de Yesil Camii-moskee in haar financiële planning een buitengewone provinciale toelage heeft opgenomen van 10.000 euro die de tekorten in de werking van de moskee moet dekken, ondermeer veroorzaakt door de bouw van de minaret. In het dossier wordt vermeld dat de vermoedelijke kostprijs van de minaret 75.000 euro zou bedragen. De Limburgse belastingbetaler zal dus mogen opdraaien voor de bouw van de minaret.

Bovendien kan de moskee mogelijk ook rekenen op financiering via het Vlaams bouwfonds voor religieuze gebouwen. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois bevestigde in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement op 2 december 2009 immers dat gelden uit dit fonds voor hem ook kunnen gebruikt worden voor de financiering van minaretten.

Vorig jaar bleek ter gelegenheid van een Zwitsers referendum nog dat er bij de bevolking geen enkel maatschappelijk draagvlak bestaat voor de bouw van minaretten. 57 procent van de Zwitserse bevolking sprak zich toen uit voor een bouwverbod op minaretten. En opiniepeiling van de website van de De Standaard toonde aan dat ook in Vlaanderen een grote meerderheid van de bevolking voorstander is van een minarettenverbod.

Voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat de bouw van een minaret een politiek statement is. De bouw van een minaret door een moskee is een uiting van de niet-integratie in onze samenleving en staat symbool voor het islamimperialisme en de islamisering van onze samenleving. Voor het Vlaams Belang is het onaanvaardbaar dat de Vlaamse belastingbetaler financieel moet opdraaien voor de bouw van een minaret door een moskee. Het Vlaams Belang eist dan ook de onmiddellijke stopzetting van de subsidiëring van de Yesil Camii-moskee door de provincie Limburg en de Vlaamse overheid.

Nieuwe dynamiek om mobiliteitsproblemen in de Zuidoostrand van Antwerpen aan te pakken noodzakelijk

Er leeft al jaren ongenoegen in de zuiderrand van Antwerpen door de slechte verkeersdoorstroming, de files, en het sluipverkeer. De studie Sluipverkeer zuidoostrand Antwerpen (SLUIZO) bracht in 2007 de problematiek in kaart. De vorige minister voor mobiliteit meende via een provinciale overlegwerkgroep het ongenoegen te kunnen temperen en in gezamenlijk overleg met alle burgemeesters van de zuidoostrand van Antwerpen oplossingen tot uitvoering te kunnen brengen.

Deze provinciale werkgroep, MOZO (Mobiliteitsoverleg zuidoostrand) genaamd, bleek echter het zoveelste overlegorgaan zonder daadwerkelijk initiatieven. 4 burgemeester van de Zuidoostrand namen dan maar zelf initiatief, en lieten prompt een studie uitschrijven over de impact van het BAM-tracé op de zuiderrand. Dit is het zoveelste bewijs dat het MOZO geen goed werk levert. Ook op het terrein, zijn er weinig projecten zichtbaar die tot een oplossing van de sluipverkeersproblematiek zouden kunnen leiden.

In antwoord op de vraag van Marleen Van den Eynde antwoordde minister Crevits dat ze in december 2009 de beslissing heeft genomen om de werking van de werkgroep MOZO te optimaliseren. Het studiebureau Stramien zou het MOZO een nieuwe dynamiek moeten geven. Voor minister Crevits is het duidelijk dat er zeer snel maatregelen moeten getroffen worden die maatschappelijk gedragen zijn, en een bijdrage kunnen leveren aan de mobiliteitsproblematiek in de zuiderrand van Antwerpen. Daarnaast gaf minister Crevits ook mee dat de Igean-studie die de impact van het BAM-tracé op de gemeenten in de rand van Antwerpen onderzocht mee zal genomen worden in de werkgroepen die een nieuw BAM-tracé onderzoeken.

Open-VLD pleit voor goedkeuring Minderhedenverdrag

In de commissie Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden in het Vlaams parlement riep Vlaams parlementslid Ann Brusseel (Open-VLD) op om het Minderhedenverdrag goed te keuren en te ratificeren. Ze gaat hiermee lijnrecht in tegen een consensus die in Vlaanderen bestaat om dit verdrag niet goed te keuren, zolang de Franstaligen niet bereid zijn te erkennen dat er binnen de Belgische federatie - met uitzondering van de Duitstaligen - geen minderheden bestaan.

Zonder akkoord hierover zouden de Franstaligen het verdrag als breekijzer kunnen gebruiken om meer rechten op te eisen in Vlaams Brabant en in Vlaanderen. Het Vlaams Belang vraagt zich af of de stelling van Ann Brusseel gedragen wordt door haar eigen fractie en partij, die duidelijk een Belgicistische koers heeft ingeslagen en tot steeds meer toegevingen bereid is om de Franstaligen te paaien.

Voor het Vlaams Belang is een goedkeuring van het Minderhedenverdrag onaanvaardbaar zolang het door de Franstaligen misbruikt kan worden om de hen reeds toegekende faciliteiten uit te breiden naar heel Vlaanderen.

De Vlaams Belang-fractie van het Vlaams Parlement

top blz
Copyright © 2004-2011 Vlaams Belang Schoten - Alle Rechten Voorbehouden. Webbeheerder : Karel Blockx