Het Vlaams Belang heeft kennis genomen van het verslag van de auditeur bij de Raad van State in het dossier van de partijfinanciering. Dit verslag gaat in dit stadium al in op het verzoek van het Vlaams Belang om een aantal prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Het gaat hier niet over technische of procedurele detailkwesties, maar om vragen die essentiële beginselen van de democratie en de rechtstaat betreffen.
Zo vraagt de auditeur zich af of er geen discriminatie schuilt in het feit dat “vijandigheid ten aanzien van het EVRM” kan leiden tot verlies van partijfinanciering, maar dat corruptie en fraude of andere misdrijven dat niet tot gevolg kunnen hebben (cfr de PS). De auditeur meent het ook aangewezen om aan het Grondwettelijk Hof de vraag te stellen of er geen discriminatie schuilt in het feit dat politieke partijen kunnen bestraft worden voor “vijandigheid ten aanzien van het EVRM” terwijl burgers en andere verenigingen daar niet kunnen voor gesanctioneerd worden.
In een andere vraag verzoekt de auditeur het Grondwettelijk Hof te antwoorden op de vraag of het normaal is dat de overtuigingsstukken van het dossier (de bewijzen) niet vertaald worden. Het Vlaams Belang had er immers op gewezen dat verscheidene rechters eentalig zijn. Ook wordt de vraag gesteld of de schijn van onpartijdigheid kan opgehouden worden wanneer Franstalige rechters moeten oordelen over een Vlaamse onafhankelijkheidspartij.
Indien een partij haar openbare partijfinanciering verliest, keert het recht niet terug om op andere manieren (private) schenkingen te zoeken. De auditeur vraagt zich af of dit de facto niet neerkomt op een partijverbod en niet in strijd is met het EVRM en het BUPO.
Het Vlaams Belang hoopt dat het Grondwettelijk Hof de kans zal grijpen om een einde te maken aan deze aanslag op de democratie en de rechtsstaat.
Bruno Valkeniers, Voorzitter Vlaams Belang
Jurgen Ceder, Hoofd Juridische Dienst